In het tweepersoonsrijtuig staat een antieke platenspeler uit 1900 met een verzameling 78-toerenplaten. Getuige het laatste juryrapport waarop vooral negens prijken, wordt de aanspanning van het Markelose echtpaar gewaardeerd. Het paar is daarom benieuwd of het hoge ogen gooit op het kampioenschap. "Iedereen gaat voor de eerste prijs. Of je 'm ook krijgt, is maar de vraag. Het ligt allemaal zo dicht bij elkaar", vindt Hoekman. "Het blijft een hobby, dus we maken geen spektakel van de punten."
Vijf jaar geleden kon het echtpaar het Engelse rijtuig bemachtigen. "Het komt uit een museum en werd verkocht op een veiling. Het zag er redelijk uit. Het hout was niet verrot en het was compleet", legt de Markeloër uit. "We hebben het hele rijtuig uit elkaar gehaald. Het was één berg hout en staal." Na vijfhonderd uur werk is de koets weer als nieuw. Het echtpaar steekt alle vrije tijd in deze hobby. "We verzorgen zeven dagen in de week de pony's en we moeten veel poetsen, voor en na een wedstrijd. Als je een hekel hebt aan poetsen, moet je deze hobby niet kiezen", lacht Hoekman. Ook gaan man en vrouw vaak naar beurzen en rommelmarkten om kleding en andere attributen te kopen. "Het is leuk om dingen bij elkaar te zoeken en het zo compleet mogelijk te maken."
Om de pony voor te bereiden op wedstrijden traint het stel een paar keer in de week met een menkar, maar ook onder het zadel om commando's aan te leren. En dan te bedenken dat ze voorheen helemaal geen paardenmensen waren. "Het komt door mijn vrouw Rie", zegt Hoekman. "Ik had er niet zo veel mee, maar Rie wilde als kind al een paard. Paardrijden vond ik niet zo leuk, maar met een karretje erachter wel. Daarom kochten we in 1992 een pony en een jaar later een boerenkar. Nu vind ik het heerlijk in de natuur en met de paarden. En je ziet veel onderweg, want het gaat langzaam", vindt Roel Hoekman. "Bovendien kom je op heel mooie plekken", vult Rie aan. "Veel hekken die anders gesloten zijn gaan open."
Copyright Twentsche Courant Tubantia augustus 2009