ENTER – Een luid motorgebrul stijgt zaterdag op vanuit de weilanden in Enterbroek. Het typische geluid is afkomstig van de antieke motoren die deelnemen aan de Klassieke Demo Race, die voor de zesde keer wordt georganiseerd door de Enterse Motor Club. Zo’n tweehonderd coureurs verschijnen in verschillende klassen aan de start van het circuit de Enterbrookring.
In het rennerskwartier aan de Vloodweg hebben de mannen in leren pakken, en een enkele vrouw, het zich gemakkelijk gemaakt in busjes, caravans en campers. Onder kleine tentjes laten enkele coureurs hun motor vast warm lopen voor de race. Een oorverdovend geknetter is het gevolg. ’s Ochtends hebben de motormuizen de gelegenheid gekregen om het stratencircuit te verkennen en na de middag begint het serieuze werk. Net op dat moment pakken donkere wolken zich samen boven het circuit. Niet lang daarna barst een stevige bui los. Weer of geen weer, de races gaan gewoon door. “Dit is niet het meest ideale weer nee”, beaamt deelnemer Henk de Jonge die snel een hoes over zijn rode MV Augusta met nummer 1 trekt om te voorkomen dat de ontsteking en de carburateur nat worden. “Met deze regen moet je niet zoveel gas geven. Rustig aan doen, anders vlieg je eraf. Het is vooral oppassen als er modder op de baan in de bochten ligt.” Toch is hij niet bang om onderuit te gaan, zoals tijdens deze race een enkeling overkomt. “Nee hoor, als je daar bang voor bent, dan moet je er niet op kruipen”, vindt hij.
De 64-jarige Groninger, die tijdens deze klassieke wedstrijden racet in de 350cc-klasse, is een ervaren coureur die vanaf 1960 tot de jaren tachtig wedstrijden reed. Hij is al een paar jaar te vinden op het circuit in Enter en kent de bijna
Bij een Klassieke Demo Race gaat het niet om de snelste rijder, maar om de coureur die het meest constant kan rijden. Toch ligt daar niet voor iedere deelnemer de uitdaging. “Stiekem ga ik toch voor de snelheid. Mooi de gashendel opentrekken en lekker rijden”, lacht De Jonge. De initiatiefnemer van de demorace, Harry Wolters, vindt ook dat racemotoren zijn gemaakt om flink gas te geven, maar meent dat de coureurs in dubio zitten. Enerzijds willen ze de motoren die ze met veel liefde hebben gerestaureerd heel houden, maar ze moeten ook gebruikt worden. “Er wordt niet op het uiterste gereden. Het is de kunst om te proberen zo regelmatig mogelijk te rijden”, vertelt Wolters. Helaas is er door het weer niet zo veel publiek als andere jaren. “Het is de eerste keer dat het regent tijdens de race en daarom zijn er duidelijk minder mensen gekomen.”
Copyright Twentsche Courant Tubantia augustus 2009