Carolien

Boekweit terug op de Markelose berg


foto Jan Houwers

MARKELO - Op de Markelose berg groeit binnenkort niet alleen maïs en gras, maar ook boekweit.

Op een klein perceel op de Markelose berg zaait Jan Hendrik ter Balkt met de hand boekweit. Daarna wordt de aarde door een Belgische knol geëgd.

De aanblik is nostalgisch, maar de ondertoon is serieus. Boekweit is namelijk een 'vergeten gewas' dat nauwelijks nog wordt geteeld in Nederland. Graansoorten als rogge en haver die vroeger volop op de Twentse essen groeiden, zijn verdrongen door grote hoeveelheden maïs.

Dat is een doorn in het oog van Markeloër Bouwe Ruiter, initiatiefnemer van het herintroduceren van vergeten gewassen in Overijssel. "Hier in de omgeving is het landschap vrij monotoon. Door het op een andere manier aan te kleden ontstaat er meer variatie. Nu zie je alleen maar een maïsdoolhof om je heen. Dat is zonde, voor Twentenaren en toeristen", vindt Ruiter.

Niet alleen het uitzicht, maar ook de opbrengst is van belang. Met het telen van granen als spelt, emmertarwe, zwarte haver en boekweit wil hij in samenwerking met Overijsselse boeren, molenaars, bakkers, bierbrouwers, maar ook chef-koks de diversiteit en de echte smaak terugbrengen. De voorvechter van biologische landbouw hekelt de industrialisatie van de landbouw en de nadelen die dat met zich meebrengt. "We zijn doorgeschoten in smaakvervlakking. Vanwege de steeds maar grotere productie zijn mooie gewassen verdwenen en daarmee de smaak", meent hij.

De Markeloër realiseert zich dat dit initiatief een druppel op de gloeiende plaat is. "Je moet ergens beginnen. Er zijn nu zo'n dertig boeren, vijf bakkers en enkele molenaars die meedoen aan dit project."

De weg naar spelt- of boekweitmeel is lang en er zijn de nodige hobbels. "De kennis over het telen van oude gewassen is bijna verdwenen. Daarom zijn we nu aan het experimenteren", legt Ruiter uit. "Bovendien heb je arme grond nodig, maar tegenwoordig is er een teveel aan mest waardoor de grond te voedselrijk wordt."

Een ander probleem vormt de verkrijgbaarheid van de zaden voor het zaaien. Deze zijn namelijk uit Zweden, Denemarken en Duitsland gehaald. Na het oogsten in augustus moet het graan gepeld worden met een pelmolen, voor het verder verwerkt kan worden in bijvoorbeeld brood, bier of pasta. Door de lange keten betaalt de consument meer voor het eindproduct. "Door de kleinschaligheid is het inderdaad duurder, maar mensen die het waarderen, zijn vaak bereid om er wat meer voor te betalen", denkt Ruiter.

Biologisch geproduceerd voedsel en met name streekeigen producten staan nu volop in de belangstelling. "Daarom heeft het project nu meer kans van slagen", verwacht Ruiter. "De tijd is beter. Molenaars en bakkers hebben interesse in streekproducten met een historische link. Bovendien zijn er steeds meer consumenten die de meerwaarde hiervan inzien."

Cpoyright Twentsche Courant Tubantia mei 2009