(dit is mijn eerste grote artikel in de zaterdagkrant van de Twentsche Courant Tubantia, editie Haaksbergen)
Het is niets voor watjes. Taekwondo is wel een leuke sport voor stoere meiden, vinden Maria Mekkelholt (27) en Ruth Mamphuys (22). De twee taekwondoka's zijn geselecteerd voor het Nederlands team dat op 3 oktober deelneemt aan de WK-karate in Polen. Voor het kampioenschap wordt stevig getraind; er gaat geen dag voorbij zonder blauwe plekken op hun armen en benen.
Taekwondo kent verschillende vormen. Maria Mekkelholt en Ruth Mamphuys zijn met elkaar aan het sparren. Ze werken met de handen en de voeten en mogen ook op het hoofd mikken. Bij de andere, Olympische, tak is het de bedoeling zo veel mogelijk punten te scoren door te trappen op een band met stippen van de tegenstander.
Hoewel taekwondo een vechtsport is, is het vechten niet het belangrijkst. ‘Je moet je leren beheersen. Tijdens de trainingen dragen we ook geen bescherming, zodat je kunt voelen hoe ver je kunt gaan’, legt Mekkelholt uit. ‘Tijdens de wedstrijden dragen we voetbeschermers en we hebben een soort open bokshandschoenen, maar dan minder zwaar.’ ‘Het moeilijkste aan taekwondo’, vindt Mamphuys, ‘is het lichaam beheersen. Hard slaan is niet moeilijk, maar heel precies een plastic bekertje van iemands hoofd trappen wel. Het is een krachtige sport, maar wel beheerst. De snelle bewegingen zijn gecontroleerd.’
Vijf jaar geleden zijn de vrouwen begonnen met taekwondo. ‘Ik wilde graag mijn conditie verbeteren. Ik vond aerobics te slap. Mijn broertje deed al aan taekwondo en dat vond ik heel stoer’, zegt Mekkelholt. Mamphuys wilde graag een vechtsport doen, maar ze hield niet zo van het vastpakken zoals bij judo het geval is. Elke vrijdagavond trainen de taekwondoka’s twee uur onder leiding van Peter Brugge bij USA Sportaccommodatie en elke woensdag trainen ze op verschillende plekken. Eén keer in de twee weken gaan ze naar Kampen, Amersfoort of Hilversum om te trainen voor het Nederlands team. Op 3 oktober gaan ze met het Nederlands team naar het WK in Polen. De grootste concurrentie komt naar verwachting van Duitsland. ‘Zij zijn echt goed. Ze hebben heel veel discipline met trainen.’
Sponsors
Doordat taekwondo maar een kleine sport is in Nederland, is het moeilijk om sponsors te vinden. ‘We moeten alles zelf betalen. Het vervoer naar een wedstrijd en de inschrijfgelden en ook de reis naar Polen.’ Doordat de kosten zo hoog zijn en omdat hun coach (Brugge) druk bezet is, gaan de twee meiden niet vaak naar wedstrijden. ‘We gaan alleen naar de grotere wedstrijden.’
Tijdens de wedstrijden moeten er in twee minuten zoveel mogelijk punten gescoord worden. Als dat eindigt in een gelijkspel komt er een minuut bij. Is er dan nog geen beslissing, dan gaat het er om wie het eerst volgende punt scoort. ‘Twee minuten lijkt misschien weinig, maar het is voor ons heel lang. Het is zo explosief! Na twee minuten ben je helemaal kapot’, zegt Mekkelholt. Bij de wedstrijden gaat het om de punten. ‘Je moet iemand duidelijk raken, daar krijg je punten voor. Je moet iemand niet knock-out slaan, want dan word je gediskwalificeerd’, zegt Mamphuys.
‘Het is de bedoeling dat je een goed gevecht laat zien. Als het te roekeloos gaat, dan krijg je een waarschuwing. Het gaat er om dat je gecontroleerd aan het vechten bent’, vult Mekkelholt aan. ‘Het kan wel eens voorkomen dat je een tand door de lip hebt. Maar negen van de tien keer is dat je eigen schuld. Net als met blauwe plekken, dat heb je er voor over.’ De vriend van Maria Mekkelholt is niet zo blij met haar blauwe plekken. Hij wordt er vaak op aangekeken.
Kleur
Bij taekwondo zijn er ook verschillende kleuren banden, van wit tot zwart. Bij het indelen van de gevechten let men niet op de kleur van de band, maar er wordt gelet op leeftijd en gewicht. ‘Om een wedstrijd te kunnen winnen zijn conditie, techniek en snelheid het belangrijkst. Iemand die zwaarder is, heeft meer kracht; je wordt dan geïntimideerd. De helft van de wedstrijd win je door intimidatie’, vinden de taekwondoka’s.
Mekkelholt is daar niet erg gevoelig voor en wordt daar niet zenuwachtig van, maar Mamphuys wel. Terwijl Mamphuys niet zenuwachtig is voor de examens en Mekkelholt wel. ‘In december willen we gaan voor de zwarte band. Tot de bruine band, die we nu hebben, kun je examen doen bij je trainer. Voor de zwarte band moet je voor een landelijke commissie komen. De zwarte band is landelijk erkend’, leggen de twee uit.
Het liefst zouden de twee taekwondoka’s veel meer tijd besteden aan de sport, maar ze hebben ook nog hun werk en studie. Mamphuys heeft haar opleiding medische biochemie afgerond en is nu bezig met wijsbegeerte. Mekkelholt werkt in Dinxperlo met alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) en studeert daarnaast sociaal pedagogische hulpverlening. Mamphuys zou graag doorgaan met taekwondo. ‘Ik wil graag zelf les gaan geven.’ Voor Mekkelholt ligt dat anders: ‘Voor mij blijft het een hobby. Ik doe al veel meer dan ik vooraf had gedacht.’
Door de sport zijn Maria Mekkelholt en Ruth Mamphuys vriendinnen geworden. Ze vechten ook wel eens tegen elkaar. ‘We hebben allebei een andere vechtstijl. Ruth is lenig en snel en ik ben, denk ik, beter met mijn vuisten en ik maak meer gebruik van de open plekken’, vertelt Mekkelholt. ‘We bezorgen elkaar ook wel eens blauwe plekken, maar meestal is dat je eigen schuld. Hoe beter je bent, hoe minder blauwe plakken.’
Copyright Twentsche Courant Tubantia 2003